Categorie archieven: Recensies

Karmel: eindbaas-snijplank van Nederlandse makelij

SONY DSCEen van de keukengereedschappen die ik echt elke dag gebruik, is mijn snijplank. Mijn verouderde snijplanken (ik heb een groene, rode, blauwe en gele van hard kunststof) waren aan vervanging toe en toen ik met wat googlen me verdiepte in wat een goed alternatief zou zijn, stuitte ik op een verrassend product. Mijn onderzoekje leerde me een aantal dingen. Een goede snijplank zorgt ervoor dat je mes scherp blijft, dat je hygiënisch kan werken en blijft zelf ook goed.

Hout heb ik nooit overwogen omdat ik ooit een houten snijplank gehad heb die krom was getrokken. Dat was echter ook echt een plank, maar het product wat ik nu ontdekte, is geen los stuk hout maar samengesteld uit kopshout. Hierdoor snij je geen vezels door maar snij je tússen de vezels door. Een vezellijk wezenlijk verschil.

En het onderhoud is ook eenvoudig. Geen olie nodig om in te oliën, en natuurlijk niet in de vaatwasser. Dit product, de Karmel snijplank, is een ambachtelijk, handgemaakt product wat door de gebruikte materialen ook niet krom kan trekken. Dit zegt de producent (De Kookwinkel uit Breda) erover:

De Karmel snijplank is gemaakt van kopshout. Bij kopshout staat de vezel, net als bij een bezem, recht omhoog. Een scherp mes glijdt tussen de vezels door en blijft langer scherp want u snijdt geen vezels door. De plank blijft glad en vlak. De beste snijplank wordt gemaakt van het kostbare harde esdoornhout uit het westelijk gelegen grensgebied van Amerika/Canada.  Elke omgezaagde boom wordt vervangen door nieuwe aanplant.  Beukenhout is door zijn hoge percentage dwarsvezels niet echt goed geschikt voor een kopse verlijming. Het wringt en scheurt daardoor makkelijker. Evenmin het veel te zachte hout van uitgediende rubberbomen. Bamboe dan? Nee, een scherp mes laat er diepe scherpe sporen in na. Welke kunststof houdt al die latjes overigens vast?

Het zal duidelijk zijn dat het doorsnijden van een prei beter gaat op een snijplank waar het mes iets inzakt.

Vanaf 1 juni 2009 worden de snijplanken van De Kookwinkel zorgvuldig geimpregneerd met pure houtolie, zgn Chinese tungolie. Dit is een kostbare plantaardige olie. Geperst uit de noten van de tungboom die voorkomt in een bergachtige streek in China. Het is een aan de lucht drogende olie die daarbij enigzins uitzet. De olie sluit daardoor de poriën van het hout definitief. Er kan geen vocht meer intrekken.

De plank kan gewoon met heetwater en een borstel onder de kraan gereinigd worden. Er ontstaan geen diepe snijsporen. Het is niet meer nodig voor de gebruiker om zelf de snijplank nog in te oliën.

Hier een mooi filmpje:

Veelbelovend? Ja. De praktijk? Uiteraard heb ik het product nog maar net, maar ik ben nu al zó enthousiast dat ik het meteen wil delen. Voor mijn geliefde en beroemde (sorry voor de onbescheidenheid) pizza heb ik heel veel verschillende groenten en worsten gesneden. Niet alleen sneed het lekker op de Karmel, maar alle bovenstaande claims lijken me tot nu toe terecht. Al kan ik natuurlijk nog niet oordelen over hoe het product op lange termijn blijft. Het idee is dus dat de tungolie ervoor zorgt dat het oppervlak (en binnenkant) goed blijft.

Conclusie: een geweldig product, de eindbaas onder de snijplanken wat mij betreft!

Uiterlijk/ontwerp: 9
Kwaliteit: 9
Materiaal: 9
Functionaliteit: 9

Waar te koop? Alleen (in vier verschillende formaten) bij De Kookwinkel

De liefde voor de pure smaken

Vandaag wil twee kookboeken bespreken. Twee kookboeken die de pure smaken centraal stellen. De eerste is Mijn Little Italy – Laura Zavan en de tweede Vegalicious – Alice Hart. Waar Italië in het Westen nog niet eens zo lang geleden als een derde wereldland werd gezien en Italiaanse immigranten als magere, criminele ratten met luizen werden bestempeld, is het imago tegenwoordig flink verbeterd. Natuurlijk vergeet ik niet dat de politiek, corruptie en criminaliteit nog steeds een onfrisse rol spelen in de Italiaanse maatschappij. Maar het valt niet te ontkennen dat we bij Italië al vrij snel denken aan trendy modemerken met mooie kleding en schoenen, mooie auto’s, mooi weer, mooie landschappen, geschiedenis en lekker eten.

En het lekkere eten, wat vroeger ook al gegeten werd, is al vele jaren bezig aan een opmars. Werd het voorheen gezien als nogal boers in vergelijking met de heilig verklaarde Franse keuken, vandaag steekt Italië op culinair gebied Frankrijk toch echt zo nu en dan naar de kroon. Vele bekende chefs hebben hun liefde verklaard voor de Italiaanse keuken en haar ingrediënten, zoals truffels, olijfolie, knoflook, citroenen, basilicum, tomaten, mozzarella, prosciutto, parmezaanse kaas, verdure, ansjovis, koffie, karamel, brood, gebakjes, koekjes, pizza, risotto en pasta. Deze lang-niet-complete opsomming doet iedereen watertanden. In de Italiaanse keuken draait het om pure smaken en goede, verse ingrediënten. Soms zijn de ingrediënten zo goed en belangrijk, dat er verder aan bereiding niet veel meer hoeft te gebeuren.

Sla het boek Mijn Little Italy open en je begrijpt wat ik bedoel. Het boek is geschreven door Laura Zavan en is ontstaan uit haar enthousiasme en passie voor Italiaanse levensmiddelen. Ecco! Ze spreekt in haar voorwoord precies uit wat ik hierboven heb verwoord. De kracht van het Italiaanse eten is de combinatie van eenvoud, pure smaken en goede producten. Daarom past deze keuken zo goed bij onze moderne levensstijl, die gericht is op genieten en een efficiënte bereiding. Natuurlijk kent de Italiaanse keuken ook genoeg gerechten waar de mama’s uren voor achter het fornuis staan, maar ingewikkelheid is niet noodzakelijk een kenmerk ervan.

In Mijn Little Italy gaat Zavan op zoek naar de essentie van het Italiaanse koken. Ze doet dat met veel en smaakvolle foto’s en met recepten die leuk zijn om te bereiden en nog leuker om op te eten.

De liefde voor en zoektocht naar de pure smaken en mooie ingrediënten gaat verder met Vegalicious. Ook in dit boek staan de producten centraal. In dit geval alleen vegetarische producten, ideaal voor iedereen die altijd of af en toe geen vlees wil eten. Ik eet zelf regelmatig vegetarisch, meestal onbewust. Wanneer je een mooi gerecht maakt dat gewoon helemaal klopt en fantastisch smaakt, merk je vaak niet dat er geen vlees bij zat. Wat mij betreft, gaat het er bij maaltijden dan ook niet om of het wel of niet vegetarisch is, maar of ik iets lekkers eet. En als je geen standaard aardappel-vlees-groente-persoon bent, zul je dit waarschijnlijk herkennen.

Het boek benadrukt het belang van het kiezen voor rijpe producten, die ter plaatse gekweekt worden en vers geoogst zijn, wat het seizoen biedt. Er staat een kalender in die je helpt om seizoensproducten te kiezen. De recepten zijn mooi, afwisselend, smaakvol en prachtig gefotografeerd. Genoeg keuze zonder vlees dus en, wat mij betreft, een prima aanvulling voor de pure smaken-keuken!


Recensie: Het tablet Bamboo Fun

Onlangs heb ik kennis gemaakt met het Bamboo Fun tablet. Ik was erg benieuwd wat deze tablet zou kunnen toevoegen aan mijn bestaande user-experience setup. De website van Wacom Bamboo belooft het volgende:

Maak kennis met je favoriete hulpmiddel voor creativiteit – schitterend design, leuk en ongekend intuïtief! Met het nieuwe Bamboo Fun Pen & Touch-tablet kun je stijlvol twitteren, met flair communiceren en kiekjes in fotografische meesterwerken omtoveren. Het tablet is een efficiënt, flexibel en ontzettend leuk hulpmiddel voor persoonlijke creativiteit. Het heeft een zilver-zwarte vormgeving en is in twee formaten verkrijgbaar (small en medium), die beide even slim, inspirerend en gebruiksvriendelijk zijn.

Ok, dat klinkt goed, nu de praktijk. Ik heb twee weken lang de medium variant getest:

De belangrijkste features die ik hieronder noem, zijn wat mij betreft de meest bruikbare functies. Of in elk geval de functies die aan mijn ict-opstelling ontbraken.

1- Touchpad

In het bezit zijnde van de MacBook Pro, is het al een bekend gevoel om met een touchpad te werken. Een touchpad in plaats van een muis voor de iMac, naast het toetsenbord echter, was nieuw. Een prettige ervaring. We speelden zelfs even met de gedachte om de muis helemaal weg te doen, maar aangezien we de Bamboo slechts te leen hadden, leek dat niet verstandig. Voor mensen die nog niet gewend zijn aan touchpads (of trackpads), is het wellicht even wennen, maar ik was destijds ook vrij snel gewend aan die van de MacBook Pro. Als je de mogelijkheden eenmaal kent, is het heerlijk werken.

2- Tekenen

Mijn kinderen waren meteen razendenthousiast toen ze de mogelijkheden zagen. Voor deze generatie is tekenen op de computer iets volkomen natuurlijks. Weliswaar nieuw, dus nog niet geheel vanzelfsprekend, maar na vijf minuten, praatten ze er al over alsof ze nooit anders gekend hebben. Mijn dochter van 9, in het geheel geen getalenteerde tekenaar, 😉 wist toch al direct een mooie tekening te maken op de Bamboo. Vervolgens in Illustrator de tekening bewerken en inkleuren was nog wel even een bridge-too-far, maar eerlijk gezegd was het dat voor mijzelf ook…

De Bamboo werkt intuïtief, wat ook blijkt uit het feit dat kinderen er zo makkelijk mee werken, en ook gebruiksvriendelijk. Het was voor ons nog wel even zoeken naar de juiste software om het best in te kunnen tekenen, maar daar is met een beetje Googlen wel uit te komen.

3- Foto’s bewerken

Gaat prima, hoort eigenlijk thuis onder punt 1 (touchpad) want je werkt het liefst in het fotoprogramma (in mijn geval iPhoto en Photoshop) waar je altijd in werkt en waar je ook je collectie in hebt staan. Ook dit deed me denken aan de trackpad van de MacBook.

Zeker een aanrader dus, en voor veel mensen een toevoeging. Ook voor mensen die niet veel computerkennis hebt, zal de Bamboo Fun tablet een prima aanvulling zijn.

Snoep gezond, eet een appel. Of lees eens een boek, verander je leven.

Zo nu en dan kan het geen kwaad om eens stil te staan bij je leven. Understatement of the year!? Misschien, maar veel mensen doen het te weinig. We hoeven heus niet allemaal aan de New Age, maar elke dag 18 minuten stilstaan bij wat je doet, wilt en waarheen je wilt, inclusief reflectie hierop, kan al een heel groot verschil maken. Een andere optie is het boek Een werkweek van vier uur van Tim Ferriss lezen. Als je dat niet meer inspireert, is er geen hoop meer voor je. In veel gevallen zal de conclusie luiden dat het tijd wordt om voor jezelf te beginnen. In dat geval is het nuttig om het boek ZZP 2012 aan te schaffen, want dan weet je zeker dat je overal aan hebt gedacht en kun je een deel van de onzekerheid die je nieuwe leven met zich meebrengt, uit de wereld helpen.

18 minuten – Peter Bregman 

In slechts 18 minuten per dag sta je stil bij wat je echt wilt. Dat verdeel je als volgt over een dag:

5 minuten:
‘s Ochtends, alvorens je je computer aanzet, ga je eerst nadenken over wat je wil bereiken op de dag zelf. Hoe kom je dichter bij je doel tijdens die dag en wat moet je daarvoor doen zodat je met een goed gevoel naar huis gaat. Daarmee maak je een planning voor die dag, die vervolgens begint met het uitvoeren van de belangrijkste taken.

8 minuten:
Elk uur 1 minuut kijk je even terug op wat je gedaan hebt. Dit stelt je in staat om eventueel je planning voor het uur dat komt aan te passen zodat jij in charge blijft en niet de grip op de dag kwijtraakt.

5 minuten:
Aan het eind van je dag, na het afsluiten van je computer kijk je terug op de dag. Hoe ver ben je gekomen richting het ‘s ochtends geformuleerde? Wat werkte? Wat niet en waarom niet? Hoe kan het morgen beter?

Een werkweek van vier uur – Tim Ferriss

Een werkweek van vier uur  is een boek dat een enorme prikkel in je losmaakt, los van het feit of alles wat erin staat zonder korrels zout kan worden genomen. Als een paal boven water blijft staan dat Ferriss een boek aflevert dat je fantasie op hol doet slaan, op een goede manier. Het boek nodigt je uit, of dwingt je zelfs om na te denken over je leven en over hoe je alles aanpakt. Het reikt je alternatieven aan, en of die je aanspreken of niet, ze zetten je aan het denken. Al verander je maar 1% van de koers in je leven, het gevolg kan enorm zijn.

Mij bleef de voortdurend terugkerende hang naar hedonisme bij; leef nu en niet straks. Doe wat je echt wil doen, doe waar je in gelooft. Blijf niet hangen in het veilige, terwijl je eigenlijk doet wat je niet leuk vindt. Een krachtige boodschap!

ZZP 2012 – Tijs van den Boomen

Voor een Zelfstandige Zonder Personeel is het onmisbaar om het boek ZZP 2012 (Tijs van den Boomen) in de kast te hebben staan. Het leven van de ZZP’er is al onzeker genoeg, een naslagwerk om op terug te kunnen vallen en dat je het gevoel geeft dat je overal aan gedacht hebt, is dan bijzonder prettig.

Onderwerpen zijn onder andere: De flexibele economie – Marketing, promotie en tarieven –Netwerken en klanten binden – Offertes en contracten – Begroting, boekhouding en belastingaangifte – Risico’s en verzekeringen –Rechtsvormen

Het boek is overzichtelijk, compleet en duidelijk, niet onnodig ingewikkeld en slaagt erin om allerlei zeer verschillende vakgebieden, waar je als ZZP’er toch allemaal wat van af moet weten, goed uit te leggen en ontdaan van jargon in dezelfde stijl leesbaar te maken.

Veel leesplezier en happy lifehacking!

Maarten Verkoren

Franse uiensoep met zelfgebakken gegratineerd artisan brood

Ahhh, de geur van vers brood! Maakt niet uit welk seizoen het is, dit is een geur die heel dicht staat bij de menselijke natuur. Zelfs in primitieve tijden waarin de mensheid van bijna alle hedendaagse gemakken verstoken was, bestond het brood al. Een fundamenteel onderdeel van het menselijke bestaan. Een ultiem ‘Nu’-product, iets wat je, zowel bij de bereiding als de consumptie ervan dichter bij je innerlijke mens brengt. Wanneer het precies ontstaan is, is niet duidelijk, er wordt volop over gedebatteerd. Het Voorlichtingsbureau Brood houdt het op het oude Egypte, 1.500 jaar voor Christus.

Zo ’n 1.500 jaar voor onze jaartelling ontdekte een Egyptische slaaf dat brood kon rijzen. Deze slaaf had als taak iedere dag vers brood te bakken. Brood dat ouder was dan een dag was niet te eten. Op een dag merkte hij dat hij een restje broodpap van de vorige dag had laten staan. Dit restje was zuur geworden. Om te voorkomen dat iemand dat merkte, deed hij het gauw bij de nieuwe broodpap. De broden die hij daarvan maakte, waren veel luchtiger en smaakten veel lekkerder dan de broden die hij eerst maakte. Hij kreeg veel complimenten over dit brood en hij bakte voortaan brood met een restje deeg van de vorige dag. Naast gewoon brood, bakten de Egyptenaren ook luxe brood waarin lotusbloemen, honing, vijgen, amandelen en dadels werden verwerkt.

Krijger Molenaars zit in het kamp van de prehistoristen:

Toch is brood minstens 30.000 jaar oud. En, dat is 10.000 jaar ouder dan altijd werd gedacht. Een recente vondst van het Italiaans Instituut voor Prehistorie en Vroege Geschiedenis toont aan dat in Italië, Tsjechië en Rusland maalstenen werden gebruikt voor het malen van graankorrels om er brood van te maken. Deze stenen, die sporen van graan bevatten, bleken ongeveer 30.000 jaar oud.

Ikzelf denk ook dat het brood veel ouder is dan 3.500 jaar. Het voelt en proeft en ruikt immers als een oerproduct, iets wat in ons DNA zit. De eerste broodervaringen die mij als kind zijn bijgebleven, zijn toch die in Frankrijk geweest. Het moment dat je je eerste baguette in handen en vooral in mond krijgt. Wie kent het niet, het moment dat je dauwtrappend de drempel van de Boulanger overstapt en voor een habbekrats een prachtig stokbrood bemachtigt. Je voornemen om het brood mee naar huis te nemen en keurig te snijden en consumeren met jam, kaas en dergelijke vervliegt al snel als je, tijdens het wandelingetje door het dorp, ter stilling van de eerste trek een knabbeltje van de baguette neemt. Er is nu geen houden meer aan en aangezien het onderbewuste hier al rekening mee gehouden had door nog een paar baguettes en een restaurant (gros pain) aan te schaffen, is er geen enkele reden meer om de baguette niet alvast soldaat te maken. Probeer dat maar eens met een Nederlands casinobrood… De eenvoudige, pure en rijke smaak en luchtigheid zorgen ervoor dat het geen enkel probleem en een waar genoegen is om minimaal een halve baguette als sneeuw voor de zon te laten verdwijnen.

Dat is mijn eerste echte broodervaring. Later ontdekte ik zoveel interessante broodsoorten, mede dankzij de aanzienlijke hoeveelheid boeken die ik inmiddels over dit onderwerp heb staan, dat ik de rest van mijn leven nodig zal hebben om ze allemaal uit te proberen. Weinig producten en/of voedingsmiddelen hebben zo’n diepe en emotionele band met de mens. Denk alleen al aan de bijbel. De exacte quotes ben ik vergeten, ze zijn weggezakt in de memories van mijn jeugd, maar ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’ en ook alle referenties en metaforen over brood die steeds weer terugkwamen in dit boek geven aan hoe zwaar het belang van brood altijd al gewogen heeft.

In Nederland is altijd wel goed brood gebakken, hoewel een tijdelijke verschuiving naar fabrieksbrood voor een teruggang in gemiddelde kwaliteit van geconsumeerd brood gezorgd heeft. De laatste decennia is hier echter al weer duidelijk een ommekeer in gerealiseerd. Mede ook door de kwaliteit die Nederlanders in mediterrane landen zagen, kwam er weer vraag naar beter en verser brood. De Artisan-bakkers, bekend uit Frankrijk en Italië, zijn ook hier in opkomst. Het principe van brood als staple food, een voedingsmiddel dat bij elke maaltijd als ondersteuning op tafel staat, huldig ik zeer. Het liefst heb ik een paar plakken (of bolletjes of afgescheurde stukken) rustiek brood bij mijn pasta, tapas, soep, kaas etc liggen. Mooie olijfolie erbij, paradijs!

De artisan (ambachtelijk smakende, rustiek ogende) broden blijken heel eenvoudig na te maken. Ik maak ze zelf al jaren volgens de New Yorkse methode. Er is nog een tweede methode. Trouw heeft hier een paar jaar terug ook aandacht aan besteed getuige onderstaande citaat:

Twee nieuwe methoden hebben het zelf bakken een stuk makkelijker gemaakt. De eerste is van de New Yorkse bakker Jim Lahey. Het deeg voor Lahey’s brood wordt niet gekneed maar geroerd, en bakt na een lange rijsperiode in een dichte pan tot een knapperig, goed brood.

Wat mij nog meer imponeerde is de methode die de arts Jeff Hertzberg en de patissier Zoë François beschrijven in hun boek ’Artisan Bread in Five Minutes a Day’. Hun techniek komt op het volgende neer: meng gist, zout, bloem en water, laat het deeg een tijdje rijzen, zet het in de koelkast, neem er wat van af als je het nodig hebt en bak er een brood van. Het resultaat is knapperig brood met stevig kruim en een heerlijke smaak. Ongelooflijk, maar waar.

Zowel de methode van Lahey als die van Hertzberg/François gaan uit van een hoog vochtgehalte in het deeg: het bevat 30 tot 50 procent meer water dan de traditionele deegrecepten waarbij flink gekneed moet worden. Het toevoegen van meer water bevordert – net als kneden dat doet – het oplossen van de gluten. Zonder gluten kan deeg niet rijzen. Kneden is bij beide methoden niet nodig; de ingrediënten worden simpelweg door elkaar geroerd.

Hiermee houden de overeenkomsten tussen de methoden op. In Lahey’s recept wordt een minimale hoeveelheid gist gebruikt, waarna het deeg minstens 18 uur moet rijzen en rijpen. Het deeg blijft zacht en vochtig, waardoor het niet zo makkelijk te vormen is en in een ovenpan gebakken moet worden om het bij elkaar te houden. Hertzberg gaat uit van een standaard hoeveelheid gist. De rijstijd voor het deeg bedraagt minstens 2, hoogstens 5 uur, waarna je er direct brood van kunt bakken, of het afgedekt in de koelkast kunt bewaren (tot 2 weken), of beide. Het deeg is zeer goed te hanteren en wordt gebakken op een gloeiende pizzasteen of bakplaat. En in een half uur heb je brood waar een Italiaan jaloers op zou worden. Door het rijpen in de koelkast ontwikkelt het brood bovendien een volle, interessante smaak, zoals je die alleen proeft in het allerbeste a

mbachtelijke brood.

Ik ga nu een brood bereiden volgens de New Yorkse methode. En op veler verzoek, want veel mensen hebben het brood bij mij gegeten en vragen vervolgens hoe ze dit ook kunnen maken, zet ik het bij deze op papier op het scherm. Het recept kun je hier vinden. Ik houd me overigens nooit aan het recept, heb het alleen ooit ter inspiratie gebruikt, maar doe nu gewoon op gevoel wat ingrediënten bij elkaar tot het resultaat voldoet aan wat ik in de loop der jaren heb geleerd als ideale uitkomst. Zoals je op de foto’s kan zien, is het deeg, dat ik de avond ervoor door elkaar heb geroerd, erg plakkering, maar na een paar keer omslaan op een bebloemd aanrecht, best goed te hanteren.

Ik gebruik altijd een pan van Le Creuset om het brood in te bakken. Maakt niet uit of het er een is met emaille of gietijzer, het brood bakt niet aan. Enige voorwaarde is dat je de pan goed voorverwarmt in de oven voordat je het deeg erin stort. Door de hitte van de wanden van de Creuset-pan, bakt het brood totaal niet aan. Vergeet je het voor te verwarmen of doe je het te kort (omdat je een keer haast hebt of zo) dan word je ogenblikkelijk gestraft en zit het brood na afloop vast in de pan. Maar nogmaals, dit is dus eenvoudig te vermijden.

Zoals in het recept te lezen valt, moet je het deeg de volgende dag nog even laten narijzen in een theedoek. Hierbij is van belang om de theedoek goed te bestrooien met maismeel of griesmeel. Dit steekt redelijk nauw, maar echt fout kan het niet gaan. Doe je te weinig gries- of maismeel, dan blijft het deeg aan de theedoek plakken. Immers, het deeg is relatief nat. Dat kan ik je niet aanraden, want dan zit je redelijk te hannesen om het deeg van de theedoek in de Creuset-pan te krijgen. Maar ook dat is geen ramp, het brood mislukt er niet door of zo. Mocht je tevéél meel gebruikt hebben, ook geen man overboord, dit merk je pas als je het brood uit de pan haalt. Er zit dan wat meer meel op dan lekker is voor consumptie. Even buiten afkloppen en -borstelen en je brood is goed.

Meestal gaat het echter gewoon goed met de hoeveelheid. Als de pan goed voorverwarmd is, is het een kwestie van het deksel eraf tillen en het deeg uit de theedoek in de pan kieperen. Ik knip het brood vervolgens flink in aan de bovenkant zodat er een mooie ambachtelijke ‘scheur’ ontstaat. Deze scheur is niet alleen decoratief, maar ook functioneel. Zo kan immers het zachtere deeg van binnenuit nog wat extra omhoog rijzen.

    

Zoals je op de foto kan zien, is er dit keer niet echt een mooie scheur ontstaan. Dat komt omdat er toch aan een kant van de theedoek een stuk deeg was blijven plakken. Dit heb ik met een silicone lepel eraf geschraapt en op het deeg dat al in de pan zat gelegd. Het liep echter in de ingeknipte rand, vandaar. Maakt allemaal niet uit, er kan weinig mis gaan met dit brood, alle afwijkingen geven het ook juist weer een extra ambachtelijk tintje.

Anyway, het resultaat mocht er zijn. Een prima en knapperig brood (altijd leuk om even je oor boven het brood te houden als het net uit de oven is zodat je kleine krakende geluidjes hoort) dat fantastisch ruikt en smaakt.

Voor de uiensoep heb ik een paar plakken van dit brood nodig. Het kan zowel brood van gisteren zijn als van vandaag. Voordeel van ouder brood is dat het wat harder is, en bij het gratineren minder inzakt/slap wordt. Het wordt in de oven eveneens weer opgepiept, dus je zit geen taai brood te eten oid. In dit geval had ik brood van de dag zelf, ook prima. Zoals je aan het einde van de pagina kan zien, is het resultaat prachtig.

Voor de uiensoep gebruik ik een recept dat ik op een andere foodblog (Working Class Foodies) gevonden heb. Het recept is niet wereldschokkend anders of uniek, maar het leuke eraan is dat de bereiders er een video (zie onder) van gemaakt hebben waarin ze met succes hun passie voor en plezier in koken naar voren laten komen. Ik heb het iets aangepast ten opzicht van hun ingrediënten. In plaats van rode wijn doe ik er port en donker bier (Flying Dog – Doggie Style in dit geval) doorheen en om de karamellisatie van de uien nog iets uitgesprokener te laten worden, voeg ik een klein scheutje schenkstroop of gula djawa toe.

Het resultaat is een rijke, relatief dikke en intens smakende uiensoep. Gegratineerd met een dikke plak artisan-brood met mozzarella, goudse of parmezaanse kaas (of een combinatie) en eventueel wat uien- en knoflookpoeder onder de kaas is het een hele maaltijd. Ik serveer ze hier in mooie terrines van Le Creuset, om het slow cooking-gevoel helemaal af te maken en over te brengen naar de tafel. Het leuke aan de terrines is dat ze lijken op de pannen van Le Creuset waardoor je de Franse uiensoep nóg franser maakt.

   

Recensie Sushi Kings – jammer dat de sushi al op is, ik zou dit elke dag wel willen eten

“Heb je voor mij ook sushi zonder vis?”

Zaterdag gaf ik een feestje voor vrienden. Dankzij de sneeuw was er een mooie gelegenheid een bar buiten te bouwen voor extra koude drankjes, zoals cocktails, biertjes en witte wijnen. Wat voor finger foods passen er goed bij dergelijke drankjes? Sushi! Ik heb weleens zelf sushi gemaakt, maar het viel me op dat dat erg veel werk is en niet lekkerder dan als je het ergens haalt of laat bezorgen. Dat wil zeggen, als je het bij de juiste tent haalt. Of, in mijn geval, laat bezorgen.

Als je 50 man verwacht, is het al helemaal niet leuk meer om zelf sushi te gaan maken. Al browsend kwam ik bij 4 serieus uitziende sites terecht die sushi bezorgen. Op mij kwam Sushi Kings het beste over, de naam zei me ook wel wat en het logo kwam me zeer bekend voor. Sterker nog, ik had me nooit gerealiseerd dat hun logo dat van een sushi-restaurant was, maar nu viel het kwartje. Goed logo, mooie kleuren en krachtige uitstraling. Kwalitatief ook.

Wie van lekker eten houdt, zoals ik, en ook nog eens verwend en kritisch is, is gedoemd altijd extra research te doen. Helemaal omdat al mijn vrienden al vele jaren gewend zijn bij mij het beste van het beste voorgeschoteld te krijgen.

Dan kan het natuurlijk niet zo zijn dat ze op je feestje smakeloze happen naar binnen staan te proppen of erger, de volgende dag voedselvergiftiging blijken te hebben opgelopen. Wat verder zoeken leerde dat het eerste gevoel dat ik kreeg bij de Sushi Kings klopte. Een goede leverancier en ook met een prima assortiment voor feestjes. Met een Classic + een Nigri + een Nigro/Maki schaal van 100 stuks elk, moest ik een eind kunnen komen.

De bezorging was prima op tijd, de koerier ook duidelijk en vriendelijk. Mijn jongste zoontje dacht dat het grote pizza’s waren die bezorgd werden en noemde vervolgens de bezorger ook nog Jamie Oliver. Ik moest per schaal 25 euro statiegeld afrekenen en, bedenk ik me, terwijl ik dit schrijf, ik ben helemaal vergeten de jongen een fooi te geven. Doe ik normaal altijd wel, maar ik was met mijn gedachten even bij de partybesognes, de laatste dingen die nog geregeld moesten worden. Die fooi die zal ik hem nog wel geven als de bladen geretourneerd worden.

De schalen waren mooi opgemaakt en goed ingepakt en kwamen vergezeld van een papieren zak met stokjes en servetten en een tweede zak met daarin genoeg sojasaus, gember en wasabi. I love wasabi! Ik ben zo’n thrillseeker die altijd de scherpste sauzen neemt en dan kijkt hoeveel ik daarvan in één keer aankan. Bij hete pepersauzen heeft dit gevolgen die je de volgende dag nog merkt. Bij wasabi minder. Vooral op het moment zelf is dan met name de neus het slachtoffer. Je kent het gevoel wel. Wasabi snuiven door een rietje zoals ze in Jackass deden, doe ik niet, maar even een volle theelepel testen, graag! Toen mijn oudste zoontje in de keuken kwam kijken waarom papa zo stond te krijsen, zag hij meteen dat het weer raak was. Sociaal als hij is, bood hij aan om even mee te doen en nam hij ook een korreltje. Ik zag het mannetje een paar seconden later geschrokken grote ogen opzetten, maar hij vermande zich en zei dat hij het lekker vond.

Anyway, de gasten waren blij verrast met de sushi en gingen er kundig mee aan de slag, toelichting bleek niet nodig. De kenners gaven hoog op van de kwaliteit en gaven aan zelf ook wel eens bij de Sushi Kings te bestellen. Al met al een zeer geslaagde exercitie dus.

De leukste quote van de avond? “Heb je voor mij ook sushi zonder vis?”. Die kwam van een niet-vis-luster die het serieus meende. Waarschijnlijk had de beste man zich nooit verdiept in sushi en wist hij oprecht niet dat sushi een visgerecht is. Ik laat hem de volgende keer de bestelling doen, kunnen we lachen! 😉

Conclusie:
Ik vind het nu al jammer dat de sushi op is, ik zou dit elke dag wel willen eten. Super-sushi, goede serice en prima verzorging!

Eten: 9+
Service: 9
Verzorging: 9 

www.sushikings.nl